Pagina's

vrijdag 12 juli 2019

Vakantiebericht


Er was weer tafeltennis,  in Boedapest dit keer,  en nu is er vakantie.

Er is ook een defecte laptop en gebrek aan goede WiFi (maar dat maakt zonder laptop niet zoveel uit)

Nu dus vakantie zonder blog  want dat vind ik op de telefoon echt enorm onhandig.  Niet dat ik veel blogde, de laatste tijd trouwens. Dat komt wel weer.

Nu eerst lezen,  rusten,  nieuwe plaatsen ontdekken en genieten van mijn vakantie aan het Balatonmeer.






vrijdag 24 mei 2019

To E or not to E (-bike)

Een grijsharige vrouw, duidelijk ouder dan ik en fragieler ook, zoeft me voorbij terwijl ik met veel moeite een viaduct op fiets. Jaren terug schrok ik daar nog van. Wat doe ik fout? Hoe kan dit? Maar inmiddels weet ik dat deze vrouwen vaak op een elektrische fiets rijden.

Wat zouden ze denken? 'Stumper', dat ik die bult amper op kom? 'Sufferd', dat ik niet ook voor het gemak van de e-bike heb gekozen?

Mijn man rijdt alweer ruim een jaar elektrisch. Niet dat hij zo'n moeite had met viaducten, of grote afstanden aflegt, maar nu komt hij niet meer zo bezweet op z'n werk. Fietsen met hem is voor mij niet altijd gezellig. Met heel veel moeite kom ik nog niet in de buurt van zijn tempo, waarbij hij ongeveer één keer per minuut trapt. Ja, ik probeer hem inderdaad bij te houden. Niet nodig, natuurlijk. Hij past zich wel aan. Waarom schaf ik dan niet zo'n fiets aan (vraagt hij zich ook af). Een paar redenen, al dan niet legitiem volgens anderen.

Afstand
Ik fiets maar tien minuten naar mijn werk. Een kippen-eindje dus, waar ik echt geen dure e-bike voor aan hoef te schaffen. Ook mijn tweede werkplek, waar ik één tot twee keer per week heenga, is op hooguit twintig minuten fietsen. Mocht ik ooit weer naar het hoofdkantoor moeten, dán schaf ik zo'n bike aan, want toen ik daar nog zat ging ik op den duur vooral met de auto.

Beweging
Ja, met een e-bike fiets je ook, maar het kost minder spierkracht en dus minder energie. Fietsen is voor mij toch dé manier om wat calorieën te verbranden en spieren in vorm te houden, zeker nu wandelen niet lukt. Met ondersteuning is de inspanning, en dus het effect op de spieren en verbranding, vast minder. En ik fiets al zo weinig

Koud
Van een aantal elektrische rijders heb ik al gehoord dat je met het fietsen op een e-bike niet warm wordt. Dat heeft vast ook te maken met bovenstaande (en onderstreept mijn punt hierin), maar voor mij is dat een enorme drempel om elektrisch te gaan. Koud! Ik vind fietsen in de winter al te koud, maar meestal kom ik toch warmgefietst op het werk. Stel dat dat niet gebeurt? Moet er niet aan denken.
Een collega lost dit op met een regenbroek, 's winters. Dat is een stuk warmer. Goede tip, ook zonder e-bike ga ik die opvolgen. Misschien helpt dat tegen de pijn in m'n knieën.

Maar...
En zo kom ik op het punt, waarvoor een e-bike wél goed zou zijn: mijn pijn. In normale fietsomstandigheden, valt het wel mee, zeker op dat korte stukje naar het werk. Maar wat is normaal? Wind tegen is normaal, maar dat doet dus wel zeer. Kou en regen is normaal, maar veroorzaakt ook pijn, zelfs zonder fietsen. Juist voor iemand met zere knieën is zo'n fiets dus eigenlijk een uitkomst, zou je denken.

En fietsen met trapondersteuning is niet meer alleen voor oude vrouwtjes. Tegenwoordig word ik ook veelvuldig door jonge mensen ingehaald, met meer snelheid dan ze op een normale fiets zouden hebben. Wat houdt me nog tegen, zou je zeggen?

Ik heb echt geen idee.

maandag 13 mei 2019

Fibromyalgia awareness day


Gisteren was het de dag van de Fibromyalgie. 
Het valt me van mezelf tegen dat ik niet de moed had dit te delen op facebook.
Een simpele kader voor m'n profielfoto had ik al opgezocht.

Nog steeds niet. 

Rustiger aan doen

"AU", roep ik uit, wanneer de arts op m'n enkel drukt. Twee weken terug werd mijn achillespees 'gestript'. Hierbij worden adertjes, die vanuit een vetlichaam achter de achillespees de achillespees ingroeien, doorgeprikt. De behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving bij de radiologie. Met het echoapparaat wordt gekeken waar de aderen zitten en dan geprikt.

Toen mijn arts vervolgens bij de nacontrole afgelopen vrijdag op één van de wondjes drukte waar geprikt was, voelde het alsof de naald er weer ingeprikt werd, maar dit keer zonder verdoving.
Au dus.

Normaliter is een achillespees slecht doorbloed. Dat is één van de redenen dat hij moeilijk herstelt. Toch zijn ingroeiende adertjes kennelijk geen oplossing. Het houdt het herstel tegen. Omdat mijn achillespees na het doen van oefeningen, het nemen van (nieuwe) steunzolen en een behandeling bij de fysiotherapeut niet overging, vond de arts in het Sportmedisch Centrum deze behandeling een goed idee. Na de behandeling mocht ik 'in en om het huis' lopen en kleine stukjes naar het werk fietsen was ook geen probleem. Of wel.

De arts die de nacontrole doet is niet tevreden. Ik had al veel minder pijn moeten hebben. Er zit ook nog een lichte zwelling naast de pees. Gelukkig is het niet echt blauw, ook niet geweest. Conclusie: ik moet het wat rustiger aan doen.

Nog rustiger

Mijn hobby's zijn lezen, internetten en televisie kijken. Tenminste, dat zijn de enige hobby's die ik momenteel actief beoefen. De afgelopen weken hebben man en zoon de hond het meeste uitgelaten. Als ik ging, nam ik de kleine rondjes. Naar het werk ging ik voornamelijk met de auto. Op het werk nam ik een kannetje water mee naar m'n werkplek, zodat ik niet voor elk kopje thee de trap op hoef. Collega's haalden wat vaker koffie voor me.

Rustiger, hóe dan?

Uit frustratie ga ik na de afspraak de stad in. Nee, niet slim. Met tranen in de ogen denk ik aan die  mensen, die mij op internet beschuldigden van 'ziektewinst'. Dat ik mij (onbewust) aanstelde, omdat ik het prettig zou vinden zo passief mogelijk te leven, terwijl ik anderen voor me laat zorgen. Mijn pijnlijk lijf in zou zetten, voor een comfortabel leven. Ik kan niet eens rustig aan doen, kennelijk. Zelfs niet als ik er moeite voor doe.

Afgelopen weekend lag ik voornamelijk op de bank. Gisterenavond leek het allemaal wel te gaan, maar wanneer ik vanmorgen na de koffiepauze op het werk naar beneden loop, voel ik hem weer luid en duidelijk. Mijn pees. Ik moet het rustiger aan doen, maar zelfs mijn zittende beroep is kennelijk niet rustig genoeg.

Au

Ik ben weer eens boos op mijn niet meewerkende lichaam.

donderdag 21 maart 2019

The day after...

"Wat knap dat je dat zo'n hele dag volhoudt op een stembureau" zeggen mensen tegen mij op een klein stukje internet, waar we praten over leven met pijn. Inmiddels vraag ik me af of het echt zo knap is of gewoon knap stom of knap eigenwijs, dat ik dit überhaupt nog doe.

Op zich klinkt het natuurlijk niet als zwaar werk. Ja, oké, je moet vroeg op staan, want vanaf 6.45 uur begin je met het opbouwen en inrichten van je lokaal. De stemhokjes staan er dan al, net als de tafels en stoelen, maar alle materiaal zit nog in de stembus en daarvan moet vanalles uitgezocht en op z'n plek, op volgorde zoals aangegeven in de stemapp van een iPad. Toch is dat niet echt zwaar.

Een hele dag zitten lijkt ook niet zo zwaar. Het was niet druk, tussendoor kon ik wat lezen en rondjes lopen in het speellokaal, waar we zaten. Met de mede-stembureauleden hebben we lekker zitten kletsen. Vijf uur pauze in totaal lijkt veel, maar was helaas net niet genoeg om lekker te ontspannen. Er moesten boodschappen gedaan en m'n fiets had een lekke band. Maar alsnog, het is pauze. Een pauze, waarin ik ook even lekker op de bank kon zitten met de hond en tv kijken.

Het zitten blijkt trouwens lastiger dan het lijkt, ook al zat ik deze keer gelukkig op een goede zachte stoel. Wat (voor mij) echt vervelend is, is dat je na ruim veertien uur in touw te zijn geweest, pas met 'het echte werk' begint. Om 21.00 uur, wanneer ik op een normale weekdag alweer zachtjesaan bezig ben met voorbereidingen om naar bed te gaan, sluit het stembureau en is het van belang alert te zijn. Tafels worden klaar gezet, stembussen leeggegooid, stembiljetten uitgevouwen en geteld. Twee uur duurde dit in totaal, gisterenavond. Twee uur van staan, tellen, rondlopen, slepen en ja, ook toch weer gezelligheid. Maar die twee uur zijn voor mij volgens mij net teveel.

Vandaag was ik vrij. Dat plan ik altijd in na een stemdag. Vanmorgen ging ik naar m'n moeder, die jarig is. Achja, waarom niet. Ik sliep immers uit en hoe druk is dat nou, eventjes op de koffie. Ik nam m'n oom mee, die op eigen gelegenheid niet bij z'n zus op bezoek kan, en omdat dat al afgesproken was, kon ik ook niet afzeggen. Eigenlijk voelde ik al wel dat het niet zo'n goed idee was, maar ach, vanmiddag had ik toch rust?

Deze middag lag ik in bed met pijnstillers en migrainemedicijnen, die beide trouwens niet hielpen. Eigenlijk is de dag na een stembureauzitting een verloren dag. Zitten op een stembureau is leuk (en goed en nuttig) maar is het echt zó leuk? Is dat het waard? Moet ik van het geld dat ik verdien de dag erna een saunadagje inclusief massage boeken, zou dat helpen?

Op 23 mei zijn de volgende verkiezingen. Slechts één verkiezing, de Europese. Over het algemeen een matige opkomst,  waarschijnlijk snel klaar met tellen. Zit ik er weer? Ja, waarschijnlijk wel. Knap of knap stom; het is leuk en van belang. En meestal ben ik na een tijdje weer vergeten hoe ik me de dag na de verkiezingen voelde.

(misschien laat ik het ook nog wat afhangen van hoe ik me de komende dagen voel)

vrijdag 8 februari 2019

Stapje terug

"Als je ergens bent, vraag jezelf af hoe je daar kwam en wat je daar doet"

Het is duidelijk dat mijn podotherapeut anders is dan ik. Hij heeft er geen idee van hoe vaak deze gedachten door mijn hoofd gaan, als ik mijzelf in de keuken of op zolder terugvind.
"Wáárom ging ik hierheen", is een vraag die wel vaker dan een keer per dag door mijn hoofd gaat.  Ik wijt het aan fibromyalgie, maar had er als achttienjarige ook al last van.  Wel goed voor de stappen, dat dan weer wel.

Mijn bezoek aan de podotherapeut was veel te laat. Het laatste bezoek was in 2014 en éigenlijk moet je elk jaar weer heen. Dat wist ik, maar ja.. "het gaat toch goed en hij is zover weg en dan moet ik weer een afspraak maken en wanneer dan... ", zijn gedachten die óók vaak door mijn hoofd gaan.

Nu heb ik langdurig last van mijn achillespees. Inmiddels zit ik aan een dicolfenac-kuur en heeft de fysiotherapeut de behandeling gestopt, omdat hij er alles aan heeft gedaan wat hij kon. De huisarts heeft het al over de sportarts. Ik besloot, na raadplegen van internet, dan toch de podotherapeut maar weer eens op te zoeken.

Verstandig, vond hij, want met goede zolen, oefeningen en rust, moet de pijn en zwelling binnen 6-10 weken een stuk minder zo niet weg zijn. Hoewel dat als muziek in mijn oren klonk, ben ik wel een beetje sceptisch. Rust had ik na mijn operatie, oefeningen doe ik al en, nouja, qua zolen heeft hij gelijk.

Ondertussen legde hij uit hoe het komt dat wij in onze westerse wereld vaker kampen met achillespeesblessures: van jongs af lopen we op (te) hard schoeisel op harde ondergrond, vaak met een verhoging in de hak. Zelfs kinderen. Zo zie je zelden volwassenen die op hun hurken kunnen zitten met de hakken op de grond, zoals kinderen dat doen en je wel bij natuurvolken en Aziaten ziet. Volgens secretaresse.blog.nl is hurken met hielen op de grond en de billen op de hielen de groente thee van het zitten (behalve als je last van je knieën hebt, zoals ik) Zij heeft het weer van Bitehype.com. Niet alleen is dat dus een teken van langere kuitspieren, het is voor je hele lichaam goed.  
Waarom is hurkend zitten op de Aziatische manier goed voor je?
Ten eerste versterk je hiermee je bovenbenen. Wanneer je gehurkt zit, strek je je rug. Het uitrekken van de wervels geeft een verlichtend gevoel dat je met zitten en staan niet bereikt. Deze zithouding schijnt ook bevorderend voor de spijsvertering te zijn.

De oefeningen, het stretchen van de kuitspier op de trap, moeten minimaal drie keer per dag gedaan worden, liefst vaker. Mijn stappen moeten voorlopig omlaag (rust) en de zooltjes zijn volgende week klaar. Bij tafeltennis is het slim een hakverhoging te dragen, zoals mijn man mij al aanraadde, maar op den duur zou dat dus overbodig worden. Na genoeg rekken en strekken zouden mijn achillespezen en kuitspieren zo lang moeten zijn, dat ik ga lopen zoals het hoort en de blessure weggaat.

Ik besluit mijn stappenteller nu te gaan gebruiken met een maximum, ipv een minimum aan stappen. Het voelt wat tegennatuurlijk. Me afvragen 'waarom doe ik dit, en niet iemand anders' of 'kan dit ook met de fiets', gaat in tegen alle aangeleerde gewoontes van afgelopen jaar. Geen idee of dat gaat lukken, want zoveel mogelijk bewegen zit inmiddels zó in mijn systeem, dat ik zelfs zonder moeite regelmatig de 10.000 aantik, wat ik niet meer zou doen zolang m'n achillespees zeer deed.

En áls ik ergens heenloop om wat te halen of te doen, moet ik dus goed onthouden waarom ik daarheen ga en wát ik ga doen, zodat ik bijvoorbeeld voor een paar sokken niet drie keer naar zolder hoef.

maandag 31 december 2018

Met andere ogen..

"Ja, daar gaat u baat bij hebben" zegt de chirurg, terwijl hij me in de ogen kijkt. Om mij in de ogen te kijken, moet hij wel m'n oogleden een stukje optillen, want in ontspannen toestand hangen die tot halverwege mijn pupil. Dat kijkt nog best lastig.

Een paar maanden terug vertelde een vriendin mij dat zij ging voor een ooglidcorrectie, omdat ze zo vaak hoofdpijn heeft. Ook haar oogleden hingen tot over haar pupil en een operatie zou dat verhelpen. Zelf had ik hier ook al eens aan gedacht, maar ik vond het bij mij nog niet zo erg.

Totdat..
Tijdens een wandeling maakte ik van 't zomer een paar selfies, om een enthousiaste foto op facebook te kunnen plaatsen. Ik schrok van het resultaat. Ondanks mijn inkleurende brillenglazen was duidelijk te zien dat mijn oogleden wel erg laag hingen. Ik wist niet dat het zo erg was! Dus ging ik naar de huisarts.

"Sjajaja" zei mijn huisarts terwijl hij keek en keek en nog eens keek. Volgens hem kwam ik wel in aanmerking voor een behandeling dus verwees hij me door. Al vrij snel kon ik in het ziekenhuis terecht, waar een arts-assistente keek en keek en nog eens keek. Door haar ontdekte ik dat mijn oogleden zorgden voor beperkt zicht, vooral aan de bovenkant van mijn beeld. Ze dacht wel dat ik in aanmerking zou komen en maakte foto's voor de verzekering. Erg close-up. Zo dichtbij als je normaal een lens liever niet hebt, maar alles voor het goede doel: een behandeling.

Toen moest dus de chirurg nog kijken, en die was er in een paar minuten uit: Ja, mijn oogleden hingen teveel en ja, er kon een afspraak gemaakt worden, want mijn verzekering vertrouwt het oordeel van de arts. Jippie. Alle foto's voor niets. Na de behandeling mocht ik een week niets anders doen dan met een boek op de bank liggen, merkte hij nog op.
"Dat kan ik!" zei ik enthousiast.

De afspraak was snel gemaakt, binnen drie weken al! Terwijl dé dag dichterbij kwam, begon ik 'm wel te knijpen, maar ik zette natuurlijk door. Allemaal om in elk geval wat hoofdpijn te verlichten. Bij de vriendin had het daadwerkelijk geholpen, tenslotte. Als het niet om de hoofdpijn was, was ik bijna zeker op het moment zelf weer weggegaan. Terwijl ik op de tafel lag, al afgetekend wat weggesneden ging worden, wilde ik nog steeds niet.

Eerst kwam de verdoving, en dat was niet leuk. Echt heel vervelend zelfs. Het mooie van zo'n verdoving is natuurlijk, dat je verder weinig meer merkt van pijn. Wel raar, dat ze gewoon aan je oogleden zitten te plukken, en erin snijden, en dat je dat niet voelt.  Oh, en dat ze dan ook nog gezellig wat gaan zitten branden, wat je wel ruikt. Ondertussen keuvelden de chirurg en ik gezellig over vanalles. Een aardige man.

Vanwege mijn angst en zenuwen heeft één van de verpleegsters de hele behandeling mijn handen vastgehouden. Zo lief! Dat hielp echt. (maar ik voelde mezelf wel een watje)

Ik heb nog nooit zoveel selfies gemaakt als in de weken hierna. Zonder bril kon ik namelijk niet zien hoe de oogleden heelden. Voelen deed ik het des te meer. Echt pijn deed het niet, onprettig was het wel. Doordat de oogleden wat zwollen, kreeg ik m'n ogen een tijdje niet zo goed dicht. Dat was ik natuurlijk niet gewend. En ze bleven maar tranen. Bovendien had ik moeite met focussen, dus dat lezend op de bank viel wat tegen.


Als snel zag ik dan toch resultaat. Bij vriendin werd het heel erg blauw, ook onder haar ogen, maar dat had ik helemaal niet. Eigenlijk zag je er amper nog wat van, toen de hechtingen eruit gehaald waren. Toch bleef ik nog even thuis, want hoewel ik m'n ogen nog steeds met moeite dicht kreeg, was het openhouden en op een beeldscherm kijken ook nog niet makkelijk.

"Dat nou juist de vriendin die het minst met haar uiterlijk bezig is, naar een plastisch chirurg ging", zo zegt een andere vriendin verbaasd. Ze had het nooit achter me gezocht. En nee, het is ook eigenlijk niets voor mij, me laten opereren voor uiterlijke 'verbeteringen'. Dat was dan ook niet de hoofdreden.

Inmiddels zijn we een maand verder en ik ben blij. Inderdaad heb ik 's avonds minder hoofdpijn. Mijn hoofd is minder vermoeid. En het ziet er toch mooier uit. Af en toe irriteren de oogleden nog wel. Dat is jammer, maar zal vast nog verbeteren.


Het is vooral goed te zien, als je voor en nafoto's ziet, anders valt het amper op vind ik.

zondag 11 november 2018

Tietze

Ik voel een drukkende pijn op m'n borst, tussen mijn schouderbladen heb ik steken of het tintelt, mijn linkerarm voelt zwaar met een soort doffe pijn, langzaam lijkt mijn keel dicht te knijpen en krijg ik het benauwd. Een korte vlaag van misselijkheid overspoelt me.

Er schieten me verschillende gedachtes door m'n hoofd:
  • Mijn opa had z'n eerste hartaanval toen hij 50 jaar was
  • Een hartaanval wordt bij vrouwen vaak niet herkend
  • Wanneer is mijn bloed voor het laatst gecontroleerd?
  • Moet ik naar de dokter?
Zo'n vijftien jaar terug kwam ik voor het eerst met bovenstaande klachten bij de huisarts. Deze keek mij eens aan, nam bloeddruk, klopte wat op rug en borst en concludeerde: Sydroom van Tietze. Ik keek hem wazig aan, wat? Tietze dus, genoemd naar de ontdekker van de oorzaak van de pijn, zoals wel vaker gebeurt.  En wat is die oorzaak? De pijn wordt veroorzaakt door kleine ontstekingen tussen het borstbeen en de ribben. Of tussen de ribben en de ruggengraat, maar dan heet het officieel costochondritis. Bij mij doet het ook wel zeer aan de onderkant van de onderste ribben, vooral links. (wat niet helpt bij angstgevoelens over hartklachten)

Tietze is geen levensbedreigende ziekte, ook al voelt het soms wel zo, en gaat naar verloop van tijd vanzelf weer over. Sommige mensen houden er chronisch last van. Vijftien jaar terug had ik het zo heftig, dat ik er dingen voor moet laten. Inmiddels heb ik af en toe last, maar niet noemenswaardig. Het is gewoon zo irritant! Het enige wat je er tegen kunt doen is pijnstillers slikken.

Toen de klachten dit keer weer heftiger werden en aanhielden, vond ik het vooral ook heel oneerlijk. Want wat doe je om hart- en vaatziekten te voorkomen? Meer bewegen, gezonder eten en zorgen voor een gezond gewicht. Nou eet ik sowieso over het algemeen gezond, zoals de Hartstichting voorschrijft, ben ik de afgelopen maanden veel meer gaan bewegen én ik viel af. Een gezond gewicht is nog toekomstmuziek, maar ik zit weer op de goede weg. En dan die klachten.

Op zich kan ik inmiddels zelf vrij goed concluderen dat het Tietze is; wanneer ik op de pijnlijke plek druk, zit de pijn heel duidelijk op die plek en straalt niet uit naar binnen, bijvoorbeeld. Op de rug is drukken alleen wat lastiger. En bij langdurige zeurende pijn, merk ik dat ik er toch onrustig van word. En dan word ik wat misselijk en krijg ik het benauwd, oftewel, mijn lichaam 'maakt' er even klachten bij, die wél bij hartproblemen behoren.

Vorig jaar had ik zo lang last, dat het bloed maar weer eens onderzocht is. Alles goed, zoals het hoort, gelukkig. Totaal geen reden tot paniek. Nu ik erover nadenk: kennelijk is het een klacht, die ik vaak in november krijg. Iets om rekening mee te houden dan. En rustig blijven ademen. Jammer alleen dat dat dus zeer doet.





Tietze syndrome for the English readers






woensdag 31 oktober 2018

Groetjes uit...

"Ik moet je wat vertellen, maar ik weet niet hoe ik het moet zeggen"
Zo begon mijn man een tijdje terug een gesprek. Gelukkig had hij me ook net verteld nog steeds erg blij met me te zijn, want toen hij nog een paar minuten aan het hakkelen was van 'hoe zal ik het zeggen' en meer van dat soort frasen, sloeg de angst me om het hart.

"WAT", riep ik hem dan ook toe, "Is het in elk geval wat léuks?"

Geschrokken keek hij me aan. Ja, het was wel leuk. Hoezo? En uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: ter ere van ons 25 jarig samenzijn in oktober, had hij een weekend weg gepland naar Porto. Hij wilde me er ter zijner tijd mee verrassen, maar er moest verlof opgenomen en hij twijfelde een beetje over de bestemming. Of ik daar wel heen wilde.

Uiteraard was ik blij en enthousiast (en opgelucht). Porto stond nog op m'n verlanglijstje en een weekend samen weg is altijd leuk.

Afgelopen week waren we dus weg. In Porto. Wát een mooie stad! En heerlijk weer! Toen we aankwamen was het gewoon 26 graden! Zodra we in het hotel kwamen, hebben we de spullen neergezet en een terrasje opgezocht. Aan de rivier de Douro, waar we nog vaker zouden komen. Het licht was schitterend.

Porto Ponte Luiz I


Omdat er voor de dagen in Porto niet zulk warm weer voorspeld was, had ik hier met kleding niet op gerekend. Gelukkig man wel. En gelukkig kon ik dus zijn (extra) korte broek aan. Hij zat met verrassend goed. Ik heb het drie dagen aangehad. De temperatuur ging de dagen erna een stuk omlaag, maar het bleef zonnig en zo was het toch heerlijk.

Porto is mooi, maar niet vlak. Dat wisten we natuurlijk. Hoewel we bij aankomst een OV kaart kochten, waarmee je 72 uur van het openbaar vervoer gebruik kunt maken, hebben we dat slechts twee keer gedaan. Voor de rest hebben we gelopen.

Steile smalle straatjes in Porto


De eerste dag zochten we een bepaalde winkel, Bunker Store, dat man op internet had gevonden. Iets met hardrock en lp's. Het bleek erg lastig te vinden, want middenin in een winkelcentrum zonder aanduiding aan de buitenkant, en zo liepen we die morgen al vele kilometers. In het winkeltje hoorden we van het optreden van de Nederlandse band Pig Frenzy in een klein kroegje, Woodstock 69, die avond. Dat leek ons ook wel leuk.

Na het winkeltje was het Hardrock Café de volgende stop, iets makkelijker te vinden. Dat de naam buiten op het pand stond hielp wel. Hier hebben we even rondgekeken en heerlijk gegeten. Grote lol gehad met de bediening. Bij binnenkomst liepen we gelijk al tegen een Nederlandse werkneemster aan. Een amicale Portugees voorzag ons van eten en drinken.

Na het Hardrock Café wilde ik per se naar Livraria Lello, een boekwinkel waar J.K. Rowling het uiterlijk van een winkel bij Harry Potter op gebaseerd heeft. Ook  hier was het weer even zoeken, maar gelukkig werd het redelijk snel gevonden. De boekwinkel kost vijf euro entree,  maar die krijg je terug als je een boek aanschaft. Man bleef buiten op een terrasje. Die vond het onzin om entree te betalen voor een winkel, een boekwinkel ook nog. Ik genoot. En omdat ik van twee aardige Nederlandse dames ook hun entreekaartjes kreeg, kon ik meer boeken kopen met korting.

Nadat we qua winkels alles gezien hadden wat we zochten, besloten we terug te gaan naar ons hotel. 's Avonds hebben we inderdaad nog het bandje bekeken, ergens in een klein kroegje waar helaas nog werd gerookt. Het was leuk, de muziek wel goed, maar véél te luid voor de kleine ruimte. We zijn uiteindelijk dus vrij snel weggegaan, het was ook al erg laat.

De tweede dag bezochten de kathedraal en vervolgens gingen we naar de overkant van de rivier.  Heerlijk gegeten bij een Italiaans restaurant, wat rondgelopen en weer terug.


Onze langste wandeling was terug van het strand, waar we zaterdags heen gingen. Heen namen we de bus en we hebben heerlijk op een terrasje in de zon en uit de wind gezeten. Eigenlijk wilden we niet meer weg, maarja.  We besloten het eerste stuk te lopen, en als we moe werden de bus te pakken. Het werd zo'n tien kilometer! En nee, dat was geen planning, maar we zochten een terrasje en die een stukje verderop leek steeds nét iets leuker. Dus liepen we dan weer door. Uiteindelijk namen we een terrasje redelijk in de buurt van het centrum en toen was de bus niet meer nodig 'voor die paar haltes'. Deze wandeling was dan wel weer vlak, heerlijk langs de rivier, anders had ik het niet volgehouden. Sowieso had ik al dat lopen niet volgehouden, als ik de afgelopen weken niet zoveel gewandeld had, denk ik.



Zondags was alweer de laatste dag. Man had op internet een Nederlandse kroeg gezocht, want wilde graag naar de klassieker Ajax tegen Feijenoord kijken. Ik zou me wel vermaken op een terrasje met een boek. De zon scheen nog steeds volop en uit de wind was het nog steeds heerlijk. 's Morgens hebben we de hoge loopbrug (waar ik mij één keer op gewaagd heb en verder echt niet weer, want hoogtevrees) eens van een andere kant benaderd. Verder nog wat door de stad gelopen en uiteindelijk weer gegeten bij de Italiaan aan de overkant.




Al met al heerlijke maar vermoeiende dagen. Voor herhaling vatbaar, maar dan moet ik wel in conditie blijven. Doorwandelen dus.

zondag 21 oktober 2018

Die blik

"De wc is die kant op", zeg ik gedachteloos tegen een dame, die aarzelend ter hoogte van ons tafeltje blijft staan. Ik zit samen met een vriendin halverwege een horecagelegenheid,  vlak na het gangetje dat naar de toiletten leidt.

"Hoe zie je dat?", vraagt mijn vriendin verbaasd. De vrouw liep in haar ogen gewoon het café in, waarom zou ik haar naar de toiletten wijzen?

Sja, hoe zie ik dat. Na jarenlang in de horeca gewerkt te hebben, is de blik voor mij wel bekend. De gast, die naar het de toiletten zoekt, loopt je etablissement anders in. Deze persoon kijkt niet naar de tafeltjes, waar hij/zij zal gaan zitten of of er mogelijk een bekende zit. Kijkt niet naar de bar of het personeel, al in gedachte wat hij/zij zal gaan bestellen. Deze persoon kijkt eerder omhoog, wazig in de verte, zoekt het antwoord letterlijk op de muur, waar in tekst of pictogram gewezen wordt naar de ruimte der verlossing.

Ik herken het ook bij mezelf, wanneer ik nodig moet, en ik weet dat horecapersoneel mijn blik op zo'n moment ook herkent. Glimlach in herkenning, als de barman waar dan ook ter wereld mij zonder wat te vragen naar het toilet verwijst.  In Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal of het Caribisch gebied, de blik is internationaal: "Dáár moet u heen mevrouw" Je hoeft niet na te denken over de zin 'waar is het toilet', in de taal van het land waar je bent. Je hoeft alleen maar te kijken.

Al snel had mijn vriendin het ook door. Zo moeilijk is die blik niet.